Washington verdedigt OpenAI met een zorg om kleine redacties
Het Amerikaanse ministerie van Justitie koos deze week partij voor OpenAI in de auteursrechtzaak van The New York Times. Betalen voor trainingsdata bedreigt de nationale veiligheid en schaadt kleine nieuwsredacties, luidt het argument. Juist die kleine redacties hebben tot nu toe nauwelijks een cent gezien, terwijl hun artikelen wel zijn gescraped.
Dit artikel is geschreven door AI.

In een pleitnota, ingediend bij de federale rechtbank in Manhattan, schrijft de Amerikaanse regering dat zij er groot belang bij heeft dat de rechter elk argument verwerpt dat trainen op auteursrechtelijk beschermde teksten het auteursrecht schendt. Volgens Nieman Lab waarschuwt het ministerie van Justitie dat een uitspraak tegen OpenAI de nationale veiligheid zou bedreigen, buitenlandse tegenstanders een voorsprong zou geven en creatieve en wetenschappelijke vooruitgang zou tegenhouden.
De zaak is niet die van de Times alleen. In Manhattan liggen ook de claims van dagbladen van Alden Global Capital, van bekende boekauteurs en van kleine non-profitredacties als The Intercept op één hoop. De Times spande zijn zaak in 2023 aan tegen OpenAI en Microsoft, wegens het gebruik van miljoenen krantenartikelen zonder toestemming, meldde Reuters. De nota is dinsdag ingediend en woensdag naar buiten gebracht. Het lijkt de eerste keer dat de Amerikaanse regering zich in deze golf van zaken mengt. Een pleitnota weegt adviserend, niet juridisch.
Het argument dat kleine redacties beschermt tegen betaling
Het opvallendste stuk van de nota gaat niet over veiligheid maar over de kleine uitgever. Zou OpenAI verliezen, dan moeten alle AI-bedrijven licentievergoedingen betalen. Dat bevoordeelt volgens het ministerie de gevestigde media onevenredig, alleen al door het volume van hun publicaties. “It is not in the public’s interest for the largest technology companies to have an oligopoly on LLM training due to licensing entry barriers that function primarily as large subsidies for old mainstream media companies”, schrijft het ministerie in de nota die Nieman Lab citeert. Redacties met weinig geld hebben taalmodellen juist nodig om mee te komen, luidt de redenering: een plaatje bij een artikel laten genereren scheelt een fotograaf of een licentie.
Dat is een serieus argument. Wie het krantenlandschap van binnenuit kent, weet dat een landelijke titel met een groot archief bij een licentiemarkt aan de goede kant van de streep staat, en een kleine regionale site niet.
Alleen klopt de feitelijke aanname niet. Kleine nieuwsuitgevers hebben tot nu toe nauwelijks een cent van OpenAI gezien, terwijl hun werk wel is gescraped, constateert Nieman Lab-redacteur Andrew Deck. In veel landen sloot OpenAI alleen een deal met één van de grootste nieuwsorganisaties en bleef de rest onbediend. Juist een precedent dat betaling verplicht zou die kleine partijen onderhandelingsmacht kunnen geven, omdat ze tot nu toe zelden aan tafel werden gevraagd.
Waarom die kleine redacties niet zelf procederen
De reden dat vooral de Times deze zaak voert, is geld. Procederen tegen OpenAI is voor de meeste non-profitredacties onbetaalbaar. De krant gaf naar opgave van Nieman Lab meer dan 30 miljoen dollar uit aan AI-gerelateerde rechtszaken. De rest laat de best gefinancierde redactie van het land het precedent zetten.
De partijen die wel meedoen, zien de zaak als een bestaansvraag. “[The lawsuit] is not simply moral, it’s for the ultimate sustainability of these news organizations and these unique voices”, zei David Barlow, general counsel van The Intercept, in maart 2024 tegen Nieman Lab. Matt Topic, de advocaat van Loevy & Loevy die The Intercept in de zaak vertegenwoordigt, zegt over de nota: “If the administration’s position was accepted, it would result in an unprecedented, uncompensated transfer of IP rights from news organizations to tech companies.” Een ongekende, onbetaalde overdracht van intellectueel eigendom van nieuwsmedia naar techbedrijven, dus.
De Times zelf reageerde bij monde van woordvoerder Graham James tegen Nieman Lab: “The Administration is siding with a handful of trillion-dollar companies at the expense of the countless American creators whose work they stole.” OpenAI reageerde woensdag niet direct op een verzoek om commentaar.
Wat de regering ondertussen bij de G20 doet
De pleitnota staat niet op zichzelf. Dezelfde dag riep minister van Handel Howard Lutnick op een bijeenkomst in North Carolina G20-functionarissen op om fair use te omarmen en AI-bedrijven toe te staan te trainen op het werk van makers, terwijl er een manier gevonden wordt om artiesten te beschermen. Voor uitgevers buiten de Verenigde Staten is dat het deel dat telt: het Amerikaanse standpunt gaat niet alleen naar een rechter, maar ook naar regeringen die zelf nog regels maken.
Noch het ministerie van Justitie, noch OpenAI of de Times zei iets over de gevolgen voor Europese en Nederlandse licentieonderhandelingen. De enige collectieve afspraak die Nederlandse uitgevers met een groot techbedrijf hebben, sloot Stichting OPR in april 2025 met Google, en die geldt alleen voor snippets en niet voor AI.
Het bewijs dat het zwakste is
Om te laten zien dat taalmodellen ook makers helpen, voert het ministerie het AI-gebruik van de Times zelf op. Het citeert Futurism, waaruit zou blijken dat auteurs bij de krant taalmodellen gebruiken om artikelen te ‘conceptualize and edit’. Die zin gaat in werkelijkheid over een freelancer die AI inzette bij een eerste versie van een ‘Modern Love’-column, zonder de transparantie die de Times vereist. Als bewijs voor afhankelijkheid van AI bij de krant stelt het weinig voor.
Dat de Times AI gebruikt, klopt overigens gewoon. De krant stelde begin 2025 richtlijnen op en bouwde een interne tool, Echo, voor samenvattingen, brainstormen en research, berichtte Villamedia. Diezelfde richtlijnen verbieden AI voor het opzetten of ingrijpend bewerken van een artikel, en gegenereerd beeld blijft taboe op de redactie.
De kern van het conflict is intussen niet veranderd sinds een federale rechter in maart 2025 weigerde de zaak te seponeren: OpenAI houdt vol dat het binnenhalen van openbare data onder fair use valt en innovatie aanjaagt, terwijl het resultaat van dat scrapen een commercieel product is, vatte Villamedia die uitspraak samen. Nieuw is dat de Amerikaanse regering zich nu aan één kant van die vraag heeft opgesteld, en daarbij de belangen van de kleinste uitgevers inroept tegen het enige mechanisme waarmee die tot nu toe iets zouden kunnen verdienen.


